Veertigdagentijd ‘In de woestijn’
De Lichtbron trekt dit jaar de woestijn in, op weg naar Pasen. De woestijn, een onherbergzame plek. Dor en doods, uitzichtloos, maar ook louterend. We lezen verhalen over het volk Israël wat zichzelf tegenkomt in de woestijn, veertig jaren lang. In alle ellende die ze tegenkomen (honger, dorst, desillusie, wantrouwen) voorziet God met Zijn goedheid. Wij lopen mee en komen zo, aan de hand van deze eeuwenoude verhalen, onze eigen uitdagingen tegen. In onze eigen dorre woestijn zien we de ellende in van onze tijd in de ogen, maar zoeken we ook naar dat vertrouwen en de hoop op God die ons niet loslaat, en ons aanspoort verder te wandelen, met de ogen gericht op de bloeiende tuin van Pasen.
Met vereende krachten hebben gemeenteleden samen met de predikanten de Veertigdagentijd voorbereid. Zo is er een Woestijnlied geschreven, iedere week leest u hier in de nieuwsbrief het nieuwste couplet. Er is een Verbeelding gemaakt van de woestijn, voor tijdens het kindermoment. Er zijn toepasselijke liederen gevonden, en acclamaties en gebedspunten verzameld. Ook zijn er voor kinderen én volwassen ‘challenges’ geformuleerd, die passen bij de woestijnverhalen. Door samen deze uitdagingen aan te gaan, doen we aan vasten: we onthouden onszelf iets om daardoor verrijkt te worden.
Doet u mee?
Midden in de woestijn ontvangt het volk woorden van God.
Ze leren in hun ongeduld tot Tien tellen: geduld met elkaar te hebben en samen verder te reizen. Want die Tien Woorden gebieden of verbieden niets, zij zijn gericht op gezond en gebalanceerd samenleven.
Bij Lucas gaat het deze zondag over schuld, straf en zonde. Waren die aloude Tien Woorden daar nu de oorzaak van, als wetboek, of bevrijden zij er juist van? – Een nieuwe les in de woestijn, deze zondag.
De naam van deze zondag is ‘Laetare’. Dat betekent: ‘Verheug u!’. Een woord, ontleend aan de Latijnse vertaling van Jesaja 66:10. Hadden we een roze antependium gehad dan was dat gebruikt: een mengsel van paars en wit waarmee aangeduid is dat het Paaslicht halverwege de Veertigdagentijd al wat doorbreekt
We vervolgen de lezingen uit Exodus en zijn aangekomen bij het verhaal over het gouden kalf. Hoe valt dat te verbinden met ‘Laetare’? Misschien wel doordat, net als in de evangelielezing uit Lucas 15, het volk toch verder mag. De Eeuwige gaat door met ons, tegen al onze vlucht, traagheid etc in. Reden tot vreugde genoeg!
Bijna zijn ze in het Beloofde Land, twaalf verspieders gaan alvast vooruit. Granaatappels vinden ze er, druiven, olijven, het kan niet op! Als bewijs nemen ze enkele zware druiventrossen mee terug naar het volk in de woestijn. En dan komt het verhaal los: het zijn reuzen die er wonen. Nooit kunnen wij ze verslaan. “Laten we teruggaan naar Egypte”, roepen sommigen. Maar twee hielden hoop: “het is een goed land, dat overvloeit van melk en honing”.
Waar de anderen nog de geest van de knechting als ingebakken natuur hadden, lieten deze twee zich leiden door de geest van bevrijding. Zó dichtbij – en toch nog ver?
Verbeelding van de week: we zien het volk Israël in de woestijn wat om een grote tros druiven heen staat, die de verspieders hebben meegenomen uit het beloofde land.
Als er iets is dat je kunt oefenen en leren in de woestijn, dan is het wel het besef en het vertrouwen dat God geeft wat we nodig hebben. Bewaar dat verkregen inzicht, houdt Mozes het volk Israël voor aan de grens van het land van melk en honing en uitspruitend groen. Wordt niet hoogmoedig, ga niet denken: ‘Al onze voorspoed hebben we op eigen kracht verworven.’
Met eenzelfde instelling rijdt Jezus Jeruzalem binnen, niet hoog te paard, maar laag op een ezel, zachtmoedig, dichtbij wie leven aan de onderkant.
De kinderen houden een Palmpaasoptocht in de kerk.
Verbeelding van de week: in de droogte van de woestijn ziet het volk de eerste groene planten verschijnen, voorboden van het Beloofde Land wat nu steeds meer in zicht komt.